dinsdag 3 juli 2007

De snottampon

Ik ben niet zomaar verkouden, ik ben extreem verkouden. Mijn neus is werkelijk hysterisch geworden. Hij loopt alsof er geen morgen meer is. En een hoofdpijn dat je daarvan krijgt (van het snot ophalen), niet normaal zeg. Gisternacht was toch wel het toppunt, qua verkoudheidsgraad. Hele rivieren stroomden langs mijn kin naar beneden. Er kwam een koppijn bij die niet zou misstaan bij een fikse kater. Ik voorzag grote problemen bij het slapengaan qua loperigheid, maar was tegelijkertijd helemaal uitgeput door al het gekuch, genies en gesnotter. Moest. Slapen. What’s a girl to do? Een snotdoorweekt kussen zag ik niet zitten en evenmin een nacht wakker liggen om mijn neus op te halen. En ja, dan is er nog maar één oplossing: vouw van een stukje toiletpapier een rolletje en duw dat heel voorzichtig in je neus. Duw hem niet te ver, hij moet ook weer niet in je hersenpan eindigen. Voila, een snottampon. Met een rustig gemoed vlijde ik mij neder op mijn heerlijk bedje. Een zucht van opluchting verliet mijn zwoele lippen en voor ik het wist lag ik te snurken als de spreekwoordelijke os. Enfin, eind goed al goed, zou je zeggen. Niet als je ’s nachts moet plassen. Ik was tijdens mijn nachtelijke plas alweer helemaal vergeten dat ik een snottampon in mijn neus had geduwd en passeerde per ongeluk een spiegel. Een hard ‘wuuuuh!’ riep ik in de zwarte stille nacht. Van pure schrik. Ik greep naar mijn doorweekte vriendje en keek er een paar seconden vol verbazing naar. Wat was dit? Wat deed het in mijn neus? Kon ik meer van dit soort dingen verwachten? En zo ja: waar dan? ‘Gelukkig’ begon mijn neus alweer snel als een maleier te lopen, wat mij meteen tot de conclusie bracht: “Oja, ik (sllrrrrp) was verkouden (slllrp).” Vandaag is gisteren alweer een dag geleden en ik ben nog steeds niet minder verkouden. Pilletjes, vitamines, hele sinaasappels met schil, het mag niet baten. En met een snottampon op je werk zitten, ik weet het niet. Niet echt mijn stijl. “Slllrp.” Wel potverjanpielekes. Ik word echt gek van dat gesnotter! Mijn lichaam wil duidelijk oorlog met mij. Nou, als dat zo is, dan kan-ie ’t krijgen ook. Vanavond eet ik brocolli (vitamine A, B, C, K, E), een biefstuk met veel bloed (ijzer), en eet ik als toetje een paar kiwi’s (veeeeel vitamine C). Wat had je dan? Kom maar op! Ik kan je hebben. hoor (op de achtergrond draait ‘Eye of the tiger’ en ik doe een Rambo-achtig trainingsdansje). Wat trouwens ook altijd gebeurt als ik verkouden ben (en dan echt verkouden, niet van die mietjeshoestjes): dan raak ik mijn coördinatievermogen kwijt en word ik een beetje onsamenhangender dan anders. Kan dat? Ja, dat kan. Zowaar. Kortom, dan loop ik niet tegen vier deuren per dag aan, maar gewoon voor het gemak tegen alle deuren die ik tegenkom. En tafels, en mensen, huisdieren, gewoon eigenlijk alles wat ik tegenkom op een dag. Het is een wonder dat ik nog leef met al die auto’s, treinen en vliegtuigen en mijn verkoudheid. De laatste zin is trouwens representatief voor mijn onsamenhangendheid. Vliegtuigen kunnen mij natuurlijk helemaal niet raken als ik over straat loop. Tenzij ze neerstorten natuurlijk. En treinen alleen als ik over de rails loop. Weet je trouwens dat in grote internationale steden de rails van metro’s onder stroom staan? Dan ben je al dood voordat de trein überhaupt kan passeren. U zegt dat ik nu begin te ijlen? “Sllllrrrrp” Heu… “Slllrrrrp…snuf…rochel…” Iemand nog tips tegen mijn verkoudheid?

Geen opmerkingen: