
Ik zal, ben ik bang, nooit een fervent voorstander worden van de PvdD (Partij voor de Dieren). Don’t get me wrong, ik ben ervoor dat huisdieren lief behandeld moeten worden, en ik koop mijn vlees regelmatig bij de natuurwinkel bij ons op de hoek, maar twee diersoorten mogen wat mij betreft meteen de doodstraf krijgen, het liefst zo gruwelijk mogelijk: de vlieg en de mug. Uiteraard komt deze opmerking niet uit de lucht vallen. Ik ben op vakantie. Dat zegt genoeg vrees ik, en anders zal ik het nog eens spellen: ik heb last van vliegen en muggen.
Hoofstuk 1: Vliegen.
Het begint al aan het ontbijt. Nog voor ik mijn dampend croissantje neer kan zetten, nestelt zich een enorm zoemend vliegend bruinig voertuig op mijn bord. Dit ontneemt mij meteen mijn eetlust, doch, heb ik mij voorgenomen: ik zal mij niet laten kisten door een verdammte poepvlieg. Want dat zijn het altijd, die vliegen die op je croissant gaan zitten: poepvliegen. Het zijn nooit eens lieve kleine, veelkleurige elegante vliegjes, nee het zijn altijd logge zwarte beesten bij wie, bij wijze van spreken, de stront nog aan de pootjes kleeft. Geïrriteerd pluk ik aan mijn ochtenddis. Kutvliegen. De rest van de dag kamperen ze op mijn armen, benen, voorhoofd en soms zelfs op mijn ooglid. Het lijken verdomme wel een stel Duitse toeristen. Hun plek verlaten, ho maar. Telkens keren ze terug naar hetzelfde onderdeel van mijn lichaam. Op kleine vliegenhanddoekjes pakken ze wat zonnestralen mee, onder het genot van een enorme pul vliegenbier: mijn vakantiezweet. Ik stel het me ongeveer zo voor, twee dikbuikige vliegen zitten op mijn borst en voeren het volgende gesprek: “Du, Heinrich, hier ist ja een mooi plekje! Lekker rond, und met een weids uitzicht uber ganz das natuurschoon. Ich sage, pak deine handdoek und laten we hier de hele dag lekker bakken!” “Jawohl, Dieter, das ist ein gutes idee! Ich habe noch ein stukje croissant tussen mijn pootjes van zojuist.” “Hmmm, lekker, ich habe noch ein bischen poep von gestern. Lekker schranzen, wie gute Duitse toeristen!” En ze proosten de rest van de dag op hun prachtige kampeerplek en overwegen de aanschaf van een caravan.
Hoofdstuk 2: Muggen.
Als ik ‘s avonds uitgeput lig bij te komen in mijn bedje van de irritaties over de strontvliegen, hoor ik een zacht, maar daardoor niet minder doordringend gezoem in mijn oor. Meteen denk ik aan mijn vijanden van de dag. Maar nee, ditmaal is het ‘a whole different ballgame’. De mug. Waar de poepvliegen de hele dag overal irritant zichtbaar op- en aanzitten, daar zijn mijn nieuwe vijanden de guerrillastrijders van de nacht. De muggen-Vietcong. Je ziet ze niet, maar je wéét dat ze er zijn. Als je ze zoekt, houden ze zich stil, maar op het moment dat je even niet oplet zuigen ze met overgave het bloed uit je aderen. De aanval gaat vaak als volgt: “Pssst, pssst, Quân…Jij leidt rechts af, ik steek ‘m links in haar wang. Straks andersom. Stil!” “Okee Chîen, Charlie. O nee, dat is niet onze codetaal.” “Shut up, sukkel. Laat de oorlog beginnen...Zzzzzzoemmmm…” Vervolgens storten deze moedige soldaten zich in het gevecht op leven en dood. En dan sla ik halfslapend de mug van mijn rechteroor weg, terwijl aan de linkerkant op mijn wang de strijd wordt uitgevochten. Bij de muggen vallen aanzienlijk meer doden, hoewel dit meestal gepaard gaat met lange zoek- en insluittochten mijnerzijds.
Ik heb ergens wel ontzag voor muggen: ze zijn onvoorspelbaar, vaak onzichtbaar en vooral erg vindingrijk qua parasitaire plekken. Hoe vaak ik niet een muggenbult heb op een onmogelijke plek als, zoals mijn eerder genoemde wang, het bovenste kootje van mijn rechterpink, of zelfs onder mijn linker grote teen…
De prachtige evolutie (of, zo je wilt, de schepping van God, Allah, of een andere hoge pief), heeft toch een fout begaan. Ze, de vlieg en de mug, zijn allebei weliswaar een onderdeel van onze prachtige voedselketen, maar wat mij betreft mag dat ding bij dezen een stap overslaan. Er is in die hele keten geen diersoortonderdeelbeestachtigheidsvorm te bedenken waaraan de menssoort zich zo unaniem ergert. En daarom stel ik het volgende voor.
Ik richt bij de volgende verkiezingen een tegenpartij op: PtzvD. Partij tegen zoemende vakantieverpestende Dieren. Als zelfs de PvdD in de kamer kan komen, dan kunnen wij het ook. En ons eerste agendapunt: gratis citronella en vliegenplakgordijnen voor iedereen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten