
Vandaag ben ik vruchteloos op zoek geweest naar een luipaardprintjas. That’s just my luck: ik zoek altijd naar dingen die nog niet in de winkels liggen. Koortsachtig kan ik op strooptocht gaan naar een vestje met gekleurde strasssteentjes, een lange gelaagde hippiejurk of, in dit geval dus: de leopardcoat. En verdomd als het niet waar is: zodra ik mijn zoektocht staak, hangt het -wat ‘het’ op dat moment ook is- in de winkel. Dan loopt iedereen er in! Hoe vaak ik wel niet vloekend in de H&M heb gestaan omdat er plotseling veertien meisjes met mijn topje –dat ik al vier maanden in gedachten had- richting paskamer schoven…
Je zou kunnen zeggen dat ik een voorloper ben. Iets dat ik graag wil aannemen. Je zou ook kunnen zeggen dat ik belabberde modetiming hebt, iets wat ook waar is. Want zodra mijn felbegeerde item in de winkel hangt, heb ik er geen interesse meer in. De jaren zestig trend? Ik zag hem al een tijd aankomen. Nu heb ik wel een aantal sixtiesdingen, maar eerlijk is eerlijk: tegen heug en meug. Nu is het namelijk zo ‘in’ en dan heb ik er geen zin meer in. Loop ik erbij volgens de laatste of zelfs volgende mode? Was het maar waar. Ten eerste laat mijn budget het niet toe. Ten tweede ben ik inmiddels zo vaak teleurgesteld door mode… Hoe? Vroeger, toen ik nog een jong en onschuldig maaiketje was, dacht ik bij elke modetrend ‘mezelf gevonden te hebben’. Was de Afrikaanse look in, dan vond ik de Afrikaan in mezelf en liep ik, hoofdtooi en al, over de straten van het kleine dorpje Leersum (Utrecht). Was daarentegen Japan helemaal hot, dan had ik een kimono aan. Folklore in de mode? Ik wás dan gewoon Noors. En elke keer weer met volledige overtuiging, alsof ik in een nieuwe religie was gedoken. Needless to say dat ik in het plattelandsgehucht werd gezien als de dorpsgek. En misschien wel terecht. Anyway, toen ik een tijdje model was, werd mijn mode-gen gevoed als een gans met een trechter in de bek. Zoveel fashion kon ik niet handelen. Ik droeg vaak verschillende trends door elkaar en soms was ik ook gewoon helemaal de modeweg kwijt. Toen ik daarna ging studeren, werd het een wedstrijd zoveel mogelijk te scoren voor zo weinig mogelijk geld. En nu, ja nu werkt mijn mode-gen nog wel, alleen ik doe er niet zoveel mee. Ja, af en toe zonder succes op zoek gaan naar een item dat dan dus later in alle winkels te vinden is en dan vervolgens heel hard balen als een seizoen later iedereen erin loopt. Maar verder loop ik er eigenlijk best doorsnee bij, vind ik zelf. Best saai. Nou ja, apart, maar niet supermodieus. ‘Eigen’, is denk ik het beste woord. Waarom ik dat doe? Omdat ik me tegenwoordig, meer dan vroeger, realiseer dat alle trends voorbij gaan. En dat alle trends ook weer terugkomen. En dus kan ik met de kleren in mijn kast net zo goed wachten tot ze weer helemaal hot zijn. Als zelfs leggings in de mode komen, sluit ik niets meer uit. Ben benieuwd of ik aankomende winter een twintigtal meiden met mijn luipaardjas bij de kassa zie staan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten