dinsdag 16 oktober 2007

Maaike doet zich voor als makelaar (maar is gespeend van enig verkooptalent)


Vandaag hadden wij kijkers voor ons huurappartement (want we gaan naar een ander huurappartement). Een moeder en haar dochter kwamen langs. Joram drukte zijn snor (in het Nederlands: zorgde dat hij een andere belangrijke afspraak had) en Maaike was de spreekwoordelijke sigaar. Zij mocht tourguide spelen in haar eigen huis.

Maaike: “Dit is de woonkamer...”
Mevrouw: “Die is behoorlijk groot!”
(Maaike denkt: jahaa, nou ben je onder de indruk, he?)
Meisje: “Ja, groot hoor”
(Maaike straalt. Maaike denkt: Ik voel me net een man die zijn enorme spierballen heeft laten zien. You know you want it, baby.)
Maaike: “En dan lopen we door naar de keuken...”
Meisje: “Wauw...”
Mevrouw: “Indrukwekkend!”
(Maaike denkt: Kat in bakkie. Ik moet makelaar worden)
Mevrouw: “Wat is dat?”
Maaike: “Wat?”
Mevrouw: “Dat ding in dat kastje?”
Maaike: “Welk kastje?”
Mevrouw: “Waar je nou al vier minuten tegenaan leunt?”
Maaike: “Oh, dát.” (Maaike probeerde die vraag te vermijden door het kastje geen aandacht te geven, door er nonchalant tegenaan te leunen. Omgekeerde psychologie. Missie mislukt.)
Maaike (wordt rood): “Eh, dat is de verwarming, of nee de geiser. Of nee, de elektrische geiser. De...cv?”
Mevrouw: “Ik heb er ook geen verstand van, hoor.”
Maaike: “Nou ja, iets dat zorgt dat de verwarming het doet. Lopen we door naar de gang...”
Mevrouw: “Die is iets smaller?”
Meisje: “Inderdaad...”
Maaike: “Ja, daarom heet het ook een gang, die zijn meestal smaller dan kamers.”
(Maaike denkt: Dat kwam er wel heel lullig uit.)
Maaike: “Dit is de bijkeuken...”
(Maaike denkt: Yep, dames, we hebben een bijkeuken! Nou? Willen jullie het?)
Meisje: “Hmmm...”
Mevrouw: “Jeetje, hier moet wel nog wat aan gedaan worden...”
Maaike: “Eh... daar hebben wij nog geen tijd voor gemaakt, eh... gehad. Ja, drukke baan allebei, je weet hoe dat gaat.”
Mevrouw: “Nou?”
Maaike: “Nou ja, hard werken enzo... Dat je weinig tijd hebt... om... de bijkeuken een likje verf te geven...”
(Maaike denkt: Het klinkt wel heel erg als bullshit nu. Ander onderwerp, ander onderwerp!)
Maaike: “En het is een monumentaal pand, dus we mogen niet zomaar gaan verven, dat moet worden gedaan...”
(Maaike denkt: Blij dat ik me dat op het aller-, allerlaatste moment bedenk.)
Maaike: “Op naar de slaapkamer...”
Mevrouw (naar meisje): “Die is wel kleiner. Vergeleken met jouw slaapkamer...”
(Maaike denkt: Jezus, zo klein is-ie toch ook niet?)
Maaike (met lach als boer met kiespijn): “Zo klein is-ie niet, toch?”
Meisje: “Nou, in vergelijking met mijn slaapkamer is-ie inderdaad niet enorm groot.”
Maaike: “Er staan nu natuurlijk ook spullen in, dan lijkt hij kleiner. Een bed...”
(Maaike denkt: Duh. Wat lul ik nou?)
Meisje: “Ik weet het niet...”
Maaike: “Zeg, hoe zijn jullie hier, met de auto? Poeh, het is alweer halfnegen. We krijgen zo nog andere kijkers... Druk hoor...”
(Maaike denkt: zouden ze zien dat ik uit mijn nek lul? Overtuigend blijven kijken, overtuigend blijven kijken.)
Maaike: “Ja, ja... ’t loopt storm...”
Mevrouw: “Nou, dan moeten we maar eens gaan.”
Maaike (toch maar even die open deur intrappen): “Dus jullie nemen hem niet?”
Mevrouw: “We denken er toch nog maar even over na.”
Maaike: “Weet je wat, denk er nog even over na. Dat zeg ik altijd, als je iets niet zeker weet, moet je er nog even over nadenken. Okee, doei!”
(Maaike laat zich zakken op een stoel. En zet de televisie aan.)
Maaike: “Tssssss.... Ik vind je wel mooi hoor, huisje... We vinden nog wel een passende prins of prinses voor jou, kasteeltje van me. Niet onzeker worden van zo’n incidentje, Niet iedereen heeft dezelfde smaak. Kom, maken we er een gezellige avond van, Ik zet lekker de verwarming aan en dan kruipen we tegen elkaar aan. Overdrachtelijk dan, want jij bent een huis en jij kan helemaal niet kruipen. Maar je begrijpt wat ik bedoel. Jij bent lief en mooi, wat ze ook zeggen.”

zondag 16 september 2007

Het kattenbakconflict



J: “Waarom moet ik altijd de kattenbak doen?”
M: “Omdat jij dat veel beter kunt dan ik.”
J: “Echt niet. Wat een onzin. Alsof je daar een bepaald talent voor moet hebben.”
M: “Jij doet het eh… heel elegant.”
J: “Wat een gelul zeg. Wat is de echte reden, Maaike? Dat jij altijd net ‘weg bent’ als de kattenbak gedaan moet worden?”
M: “Ik haat de kattenbak doen.”
J: “Ik toch ook…”
M: “Vast niet zoveel als ik.”
J: “Jij wilde katten.”
M: “Ja, maar ik wist toch niet dat ze zoveel poepten.”
J: “Je ouders hadden toch ook een kat?”
M: “Ja, maar dat was een buitenkat. Die poepte alleen in de tuin van de buren.”
(Stilte…)
M: “Kunnen die katten niet hun eigen bak verschonen? Het zou een mooie boel zijn als ik ook zo met mijn toilet om zou gaan. Dat ik gewoon niet zou doortrekken en maar zou wachten tot iemand zo vriendelijk zou zijn mijn poep op te ruimen.”
J: “Maaike, het zijn KATTEN.”
M: “So? Dat is geen excuus.”
J: “Katten hebben geen handjes.”
M: “Ja, en dus?”
J: “Dus kunnen ze geen kattenbak optillen, geen vuilniszak openhouden en geen nieuw gruis in de bak storten.”
M: “Grmpf.”
J: “Maaike, doe ‘s even normaal.”
M: “Grmpf.”
J: “Wil je dat we de katten wegdoen?”
M: “Neeeeee! De katten zijn lieve vriendjes om mee te knuffelen!”
J: “Geen probleem hoor, we kunnen ze zo naar het asiel brengen.”
M: “Neeeee! Doe niet zo eng!”
J: “Dan hoeven we nooit meer kattenbakken te verschonen, geen duur kattenvoer meer te kopen voor de blaasafwijking van Poema, Pluizerd niet meer rustig te benaderen omdat ze doof is en anders anderhalve meter de lucht inspringt van schrik…”
M: “Neeeeeee!”
J: “Wacht, ik ga de auto wel even halen.”
M: “Joram, doe niet zo eh-eh-eng!!!! Ik moet zo huilen!”
J: “Tja, als jij het zo verschrikkelijk vreselijk haat om de kattenbak te verschonen en ik ook…”
M: “Nee, nee, zo erg is het niet. Poema, kom eens hier, geef mama eens een knuffel. Jij bent een lieve poes, hoor. Je poept wel veel, maar je bent wel heel lief. Je poep hef je op met je liefheid.”
J: “Maar ja, die kattenbak he, Poema. Dat kost je de kop, jongen.”
M: “Nee, Jor, ik ga wel, ik doe het wel.”
(M staat op en gaat kattenbak verschonen)
M(tegen katten): “Kom maar beestjes, ik offer me met alle liefde op hoor, ik hou zoooo veel van jullie!”
J (tegen zichzelf): “Gnagnagna… Wat zal ik vanmiddag eens verzinnen om haar de afwas te laten doen?”

donderdag 30 augustus 2007

Kent u dat gevoel?


Het is een uitspraak van Dominee Gremdaat, de onvolprezen fictieve tv-dominee. Welnu, ik ken het gevoel. Gisteren had ik het. Vrij ernstig zelfs. Ik had enorm slecht geslapen. Woelerdewoel. Dat was al een paar nachten zo, gewoon, zonder aanleiding. Shit happens. En dus was ik moe. En als ik moe ben, dan haal ik soms dingen door elkaar. Ik stond bijvoorbeeld in de supermarkt en rekende een zak rucolasla af met een pinpas uit mijn portemonnee. Omdat ik ook nog andere boodschappen had, wilde ik daarna de rucola in de plastic zak van de Hoogvliet gooien. Maar wat doe ik? In volle overtuiging werp ik mijn portemonnee in de plastic tas en probeer ik een zak rucola in mijn broekzak te prutten. Mwoa, niet zo’n goed idee. Vandaag weer zo’n voorbeeld (weer een slechte nacht. Rotkatten met hun rotmauwtjes). Ik wilde de canderel-verpakking van de Sanoma-koffiezet apparaat weggooien nadat ik de zoetjes in mijn koffie had geschud. Uiteraard gooi ik in plaats daarvan, vol enthousiasme, mijn koffie in de prullenbak en sta ik met verbaasde blik naar mijn hand met de zoetjes-verpakking te staren. Dan nog een laatste voorbeeld. Vanochtend wist ik niet of ik nu mijn groene of zwarte schoenen moest aantrekken en dus deed ik er van allebei één aan, om te vergelijken voor de spiegel. Goddank was ik bij zinnen genoeg mij voor het verlaten van het huis te realiseren dat ik nog steeds met twee verschillende schoenen rondliep. Oja, had ik al gezegd dat ik er bij de voordeur ook achterkwam dat ik nog verwilderd ochtendhaar had en dat ook nog moest fixen? Om maar te zwijgen over het feit dat mijn groene top en mijn paarse vest bij nader inzien (want aangekleed in het donker) toch wel vloekten. En oja, de katten, waarom mauwden die zo? Shit, vergeten eten te geven. En god, waar is je huissleutel als je de deur wil dichtdoen en waar is verdomme mijn busabonnement? Gevonden. Waar is mijn tas dan opeens? Kortom, chaos door moeheid. Oh, dominee Gremdaat, dominee Gremdaat, ik ken het gevoel zo goed! Soms voel ik me net ‘Waldo’ uit de bekende ‘Waar is Waldo’-stripjes. Da’s een plaatje waarin je dan een jongen met een brilletje moet zoeken. Alleen is Waldo in mijn geval dan mijn common sense, oftewel mijn logisch denkvermogen. Ik troost me maar met de gedachte dat een zaterdagochtend uitslapen me weer helemaal oppept. Zodat ik door de bomen Waldo weer kan zien. Lang leve lange weekenduitslaapochtenden, kort leve het Waldo-gevoel.

donderdag 16 augustus 2007

Haute Bederfelijk


Iedereen heeft wel eens zo’n week waarin-ie zich in de dagen vergist. Dit is voor mij zo’n week.
Ik loop al deze hele week standaard één dag voor op de rest van Nederland.
Vrijdag komt er eetbezoek, en gezien ’t feit dat dit een culinair door mij best hooggeacht persoon is (ik kies bijvoorbeeld mijn wijnen voornamelijk op ’t gezellige kleurrijke label, zij smijt met weelderige termen als ‘medoc’, ‘sulfiet’ en ‘ziel van de fles’. Nou ja, ofzo.), dus ik denk: je fais du haute cuisine. Of in ieder geval, een poging daartoe.
Goed, ik wil dus indruk maken met mijn kookhoogstandjes, dan wel blunders. Ik ben er helemaal klaar voor om madam te overbluffen mijn keukenvindingrijkheid (zie kombucha-blog). Dus ik, met een in mijn hersenen opgeslagen boodschappenlijstje, mij naar de plaatselijke supermarkt gespoed. En het was me een boel wat ik moest inslaan, mijn god: marmelade, kersensaus, vijgen, rode uien, broccoli, oesterzwammen, gele kiwi’s, to name but a few. Ja, ik dacht ik sla gewoon groot in, dan zit er altijd wel iets interessants tussen om in de pan te flikkeren, keilen, of pleuren. Kortom, uiteindelijk had ik wel twee zakken boodschappen vol. Ook met hier en daar redelijk bederfgevoelige waar (u ziet hem al aankomen waarschijnlijk, maar dat vind ik geen reden het verhaal niet af te maken). Dat soort voedsel is namelijk vaak ook duur, en dus ook enorm culinair correct. Als een Neanderthaler sleepte ik de dingen mee naar mijn hol, oftewel, ons huis. “Kijk eens, man-dier,” zei ik stoer tegen mijn wederhelft, “de prooi van morgen. Voor de culinair aangelegde vriendin.” Vriend gromde goedkeurend toen ik alle etenswaren voor hem uitstalde. “Jahaa, indrukwekkend, ik weet 't”, zei ik, mijzelf op de borst kloppend.
Helemaal vol van mezelf wierp ik me op de bank en schonk ik mij een glas volgens de plaatselijke-supermarkt-wijn-lijst verantwoorde Australische chardonnay in. “Maaike”, steunde vriend, “zit er ook bederfelijke waar in die tas?” “Volop!”, antwoordde ik trots, “hoe verser, delicater en duurder, hoe bederfelijker.” Ik somde een lange lijst op met dingen die zeker binnen een dag hun prachtige glans dan wel smaak zouden verliezen. Er zaten zelfs etenswaren tussen die hun voedselvergiftigingsdatum reeds naderden (tja, het blijft de supermarkt, check zelf eens de houdsbaarheidsdata. Schandalig.). Vriend steunde opnieuw. “Maaike,” zei vriend rustig en geduldig, “welke dag denk jij dat het is?” “Tssss. Weet jij niet welke dag het is? Tjongejongejonge. Ik ben ook af en toe een lopende agenda voor jou, meneertje, eh... het is... donderdag. Sukkeltje.”, antwoordde ik licht geïrriteerd en met een zwaaiend terechtwijs-vingertje. “Lieverd”, zuchtte vriend, “ik vroeg het, omdat het vandaag woensdag is. Niet donderdag, zoals jij schijnt te denken. Culinair aangelegde vriendin komt pas vrijdag eten. Jouw culinaria gaan rotten, of in ieder geval stinken.” Mijn hoofd werd zo wit als de zojuist aangeschafte servetten. Dus u begrijpt, wij hebben gisteravond heerlijk zitten smullen teneinde ons te behoeden voor een (onwel)riekende koelkast. En nu vanavond maar weer naar de supermarkt om opnieuw wat dingen in te slaan. Het is morgen vrijdag. Toch?

dinsdag 14 augustus 2007

Hormonen


Joram: “Wat is er?”
Maaike: “Niks.”
Joram: “Weet je het zeker?”
Maaike: “Ja, hoor”
Joram: “Voel je je een beetje zielig ofzo?”
Maaike: “Neuh.”
(Maaike zucht)
Joram: “Waarom zucht je dan?”
Maaike: “Zuchtte ik? Nee hoor.”
Joram: “Ik weet het zo net nog niet. Je doet zo…Je kijkt zo moeilijk en je zucht de hele tijd.”
Maaike: “Echt niet.”
(Maaike zucht)
Joram: “Nou deed je het weer.”
Maaike: “Wat?”
Joram: “Je zuchtte.”
Maaike: “Tsssss”
Joram: “Ben je chagrijnig ofzo?”
Maaike: “Nee. Helemaal niet.”
Joram: “Wel een beetje toch?”
Maaike: “Nee, ik ben niet chagrijnig. Maar als je zo doorgaat, word ik het vanzelf.”
(Joram zwijgt)
(Maaike loopt naar de keuken en rommelt met veel lawaai in de keukenkastjes en laat iets vallen)
Maaike: “Verdomme, kloteboterham! Waarom vallen boterhammen met boter toch altijd op de grond met de boterkant naar beneden!”
Joram: “Nou, nou, doe ’s rustig…”
Maaike: “Het is niet eerlijk.”
Joram: “Wat niet?”
Maaike: “Het leven in het algemeen, en die boterham met boter in het bijzonder.”
Joram: “Overdrijf je nu niet een beetje?”
Maaike: “Ik overdrijf nooit.”
(Maaike kucht, en zucht)
Joram: “Ja, ga je nou nog zeggen wat er is of niet?”
Maaike: “Ga jij nou nog ophouden met zeuren?”
Joram: “Okee, ik zeg al niets meer.”
Maaike: “Fijn.”
(Stilte)
(Maaike zucht)
(Maaike laat weer iets vallen)
(Maaike snikt zachtjes)
Joram: “Wat is er nou toch?”
Maaike: “Niemand houdt van mijhij!”
Joram: “Ik toch wel?”
Maaike: “Ja, maar voor de rest niehiemand!”
Joram: “Ben ik niet genoeg?”
Maaike: “Neehee!”
Joram: “Nou zeg…Daar maak je me wel een beetje verdrietig mee.”
Maaike: “Maar ík was al verdrietig. Ik was eerst.”
Joram: “Moet ik een kopje thee maken en een deken pakken?”
Maaike (pruilend): “Ja.”
Joram: “Ga je dan even een uurtje zielig doen en is het daarna voorbij?”
Maaike (pruilend): “Ja.”
Joram: “Als je nou meteen had gezegd dat je zielig was, hadden we ons een boel tijd en gedoe kunnen besparen.”
Maaike: “Ik kan ook al niet goed zielig doen, huuhuuuuu…”
Joram: “Als jij nou gewoon lekker de dvd ‘Als je begrijpt wat ik bedoel’ van Ollie B. Bommel opzet, is het over een uurtje over.”
Maaike: “Ja. Huilen bij ‘Zweeeeeelgje….’.”
Joram: “Dan zet ik thee en pak ik een deken.”
Maaike: “En dan moet jij ook ‘Zweeeeeelgje’ zeggen.”
Joram: “Zweeeeeelgje….”
Maaike: “Hahaha”
Joram: “Zie ik daar een glimlach?”
Maaike (pruilt): “Nee.”
Joram: "Ook niet een heel kleintje?"
Maaike (pruilt): "Nee. En je mag mij niet beinvloeden, ik ben zielig. Ik moet ruimte hebben om zielig te zijn."
Joram: "Hier. De dvd van Ollie B. Bommel zit erin."
Maaike: "Dankje."
Joram: "En hier zijn wat Kleenex."
Maaike: "Dankje."
Joram: "Als je het niet erg vind ga ik even in een andere kamer zitten."
Maaike (gaat op in film): "Zweeeeelgje..."

vrijdag 10 augustus 2007

De doorgesneden oogbal met iets wits dat naar buiten komt


Ik stel mezelf hevig teleur. Ik heb mij redelijk hoog zitten, waar het cultuur betreft. Misschien volledig onterecht hoor. Maar toch. Ik kijk graag Art-house films en houd van boeken als een biografie van Mao door zijn lijfarts of leesvoer van de reeds eerder beschreven (zie ‘Zomergasten’) neuropsycholoog Oliver Sacks. Maar Jezus zeg, wat ben ik soms toch een culturele proleet.
Niet schrikken, ik ga niet vertellen dat ik terugverlang naar ‘Seks voor de Buch’ of dat ik stiekem fan ben van Christina Aguilera. Dat is namelijk niet zo. Zo erg is het nu ook weer niet met me gesteld. Wat dan het probleem is? Ik verlang al een tijdje naar een specifiek boek. En dat boek is van …Tromgeroffel…Nicci French. Ik weet het. Thrillerchicklit. Ouderwetse whodunnit zonder toegevoegde intellectuele waarde. En toch, ik kan het niet helpen. Ik móet hun laatste boek hebben.
Vanwaar de omslag van snob naar slob? Het was een onverwachte aanval van achteren, ik was er totaal niet op voorbereid. (Vertel Maaike, vertel!) Er stond een voorpublicatie van het nieuwe boek van Nicci French, ‘Tot het voorbij is’, in een tijdschrift. Ik weet niet eens meer welk tijdschrift. Ik, magazinejunk, lees het blaadje van A tot Z en kwam dus ook langs het Nicci French epistel. En…tot mijn verbazing wilde ik weten hoe het af zou lopen.
Er was iets met een dode dame en een vrouwelijke fietskoerier die haar op de grond ziet liggen door de brievenbus. Ze (de koerier) breekt een raam en belt tegelijkertijd een ambulance. Als ze in het huis is, ziet ze dat de vrouw (onder anderen) een doorgesneden oogbal heeft (saillant detail, vond ik zelf. Hoe goed moet je dan wel niet kunnen richten in een geweldsituatie. Of juist slecht, het is maar hoe je het bekijkt). De ambulance komt, en de koerier moet kotsen in de plantenbak. Somehow weet je al dat de koerier erin betrokken gaat raken. Ja, nu ik het zelf teruglees ben ik er ook niet zo van onder de indruk. Eigenlijk een behoorlijk ruk-plot. Maar eerlijk is eerlijk, het was zo spannend, bloederig en onderhuids opgeschreven dat het me maar blijft achtervolgen. Mijn hoofd zegt: “Nee Maaike, niet kopen dat boek, dit is het begin van het einde. Straks raak je verslaafd. Dan heb je op een gegeven moment een hele plank Nicci French boeken!” Maar mijn hart zegt: “Vertel mij Nicci French, wie heeft het gedáán? Wie sneed er zo lafhartig een oogbal door?”
En dus loop ik al een dikke week bij AKO, Bruna en aanverwanten te struinen. Ik houd het boek even voorzichtig in mijn hand om het vervolgens weg te leggen. En weer op te pakken. En weer weg te leggen. En weer…enzovoort. Ik sta echt in dubio. Moet ik het nu kopen of niet? Ik denk dat ik geen keus heb, als ik dat ding niet aanschaf ga ik er vast over dromen. En om nu te dromen over een lelieblanke huid, een stroompje bloed en een oogbal waar iets wits uit naar buiten komt... Neuh. Zit ik niet echt op te wachten. Dus dan maar 19,95 euro neertellen voor wat peace of mind…

donderdag 9 augustus 2007

Spirulina en Kombucha/To boldly go, where most people hate to go…


Ik houd van raar eten. Kan ik ook niks aan doen. Geef mij een pakje sojamelk, wat geitenbrie en zeewiersoep en ik ga spinnend in de hoek de prooi verorberen. Van normale dingen zoals fruit houd ik daarentegen niet. Gatverdamme zeg, fruit. Dat is zuur. Fruit moet je voor mij enorm goed vermommen. Ik krijg het alleen maar binnen in de vorm van een babyhapje of Knorr Vie. Even terug naar écht eten. Ik ben niet zo’n nutcase die vaste stamgast is van de lokale natuurwinkel hoor, don’t get me wrong. Maar ik vind het wel leuk om dingen uit te proberen. Sap van ananas&broccoli? Kom maar hier. Nepvlees gemaakt van een vreemde boonsoort? Why not. Mijn vriend vindt het een vreemde hobby. Sojamelk doet hij af als behanglijm, geitenbrie als vreemdruikige kaas-wannabe en de zeewiersoep smaakt naar onze stoffige kelder.
Misschien heeft hij ergens wel gelijk, maar weet u waarde lezer, het is ook wel een beetje een acquired taste. Zei ze arrogant. Ja, je moet het léren eten. Er zit een onbeschrijfbare charme aan voedsel met een typische, niet nader te beschrijven smaak. Het is een beetje zoals wijn drinken, je moet het vaker gedaan hebben om de liefde voor wijn te kunnen begrijpen. Ik ben ook een liefhebber van goede wijn, vandaar de vergelijking.
Enfin.
Mijn nieuwe ontdekkingen in mijn zoektocht naar vreemde voeding zijn Spirulina en Kombucha. Het eerste is een drankje gemaakt van een algensoort uit Zuid-Amerika en het tweede is een gefermenteerde paddestoelachtige schimmeldrank (ik weet het, klinkt als een culinair hoogstandje). Als je Kombucha een paar weken laat staan, groet er een soort champignon in. Serieus. Spirulina smaakt een beetje naar een combinatie van modder en mos. Best lekker. Ze hebben er mango bij gedaan om het geheel iets meer voor jan-met-de-pet te maken, wat mij betreft een jammere en vooral onnodige toevoeging. En Kombucha smaakt naar een samenraapsel van bier en limonade. Jummy. Ik meen het. Ik hoor hier en daar gegniffel. Dames, heren ook, ik wil wel uw serieuze aandacht. Als ik door de supermarkt loop, wordt ik bijgans doodgegooid met saaie voedingsmiddelen zonder fantasie. Chips, witbrood, volvette Nederlandse kaas. Saaaaai. Ik pleit voor een spannender supermarkt. Een culinaire jungle, zo u wilt. Rare voedingsmiddelen zijn over het algemeen gezonder en in ieder geval lekker onconventioneel. Het liefst zou ik een rare-dingen-kookclubje beginnen, maar misschien draaf ik nu wat door. Zo. En nu ga ik lekker een kopje witte thee drinken en daarbij een stuk rijstchocolade eten. Hmmmm…

Bij tips voor andere niet-reguliere voedingmiddelen die ik beslist eens moet proberen, of mensen die mij willen verblijden met hun eigen vreemde eetgewoonten houd ik mij aanbevolen.