
Vandaag hadden wij kijkers voor ons huurappartement (want we gaan naar een ander huurappartement). Een moeder en haar dochter kwamen langs. Joram drukte zijn snor (in het Nederlands: zorgde dat hij een andere belangrijke afspraak had) en Maaike was de spreekwoordelijke sigaar. Zij mocht tourguide spelen in haar eigen huis.
Maaike: “Dit is de woonkamer...”
Mevrouw: “Die is behoorlijk groot!”
(Maaike denkt: jahaa, nou ben je onder de indruk, he?)
Meisje: “Ja, groot hoor”
(Maaike straalt. Maaike denkt: Ik voel me net een man die zijn enorme spierballen heeft laten zien. You know you want it, baby.)
Maaike: “En dan lopen we door naar de keuken...”
Meisje: “Wauw...”
Mevrouw: “Indrukwekkend!”
(Maaike denkt: Kat in bakkie. Ik moet makelaar worden)
Mevrouw: “Wat is dat?”
Maaike: “Wat?”
Mevrouw: “Dat ding in dat kastje?”
Maaike: “Welk kastje?”
Mevrouw: “Waar je nou al vier minuten tegenaan leunt?”
Maaike: “Oh, dát.” (Maaike probeerde die vraag te vermijden door het kastje geen aandacht te geven, door er nonchalant tegenaan te leunen. Omgekeerde psychologie. Missie mislukt.)
Maaike (wordt rood): “Eh, dat is de verwarming, of nee de geiser. Of nee, de elektrische geiser. De...cv?”
Mevrouw: “Ik heb er ook geen verstand van, hoor.”
Maaike: “Nou ja, iets dat zorgt dat de verwarming het doet. Lopen we door naar de gang...”
Mevrouw: “Die is iets smaller?”
Meisje: “Inderdaad...”
Maaike: “Ja, daarom heet het ook een gang, die zijn meestal smaller dan kamers.”
(Maaike denkt: Dat kwam er wel heel lullig uit.)
Maaike: “Dit is de bijkeuken...”
(Maaike denkt: Yep, dames, we hebben een bijkeuken! Nou? Willen jullie het?)
Meisje: “Hmmm...”
Mevrouw: “Jeetje, hier moet wel nog wat aan gedaan worden...”
Maaike: “Eh... daar hebben wij nog geen tijd voor gemaakt, eh... gehad. Ja, drukke baan allebei, je weet hoe dat gaat.”
Mevrouw: “Nou?”
Maaike: “Nou ja, hard werken enzo... Dat je weinig tijd hebt... om... de bijkeuken een likje verf te geven...”
(Maaike denkt: Het klinkt wel heel erg als bullshit nu. Ander onderwerp, ander onderwerp!)
Maaike: “En het is een monumentaal pand, dus we mogen niet zomaar gaan verven, dat moet worden gedaan...”
(Maaike denkt: Blij dat ik me dat op het aller-, allerlaatste moment bedenk.)
Maaike: “Op naar de slaapkamer...”
Mevrouw (naar meisje): “Die is wel kleiner. Vergeleken met jouw slaapkamer...”
(Maaike denkt: Jezus, zo klein is-ie toch ook niet?)
Maaike (met lach als boer met kiespijn): “Zo klein is-ie niet, toch?”
Meisje: “Nou, in vergelijking met mijn slaapkamer is-ie inderdaad niet enorm groot.”
Maaike: “Er staan nu natuurlijk ook spullen in, dan lijkt hij kleiner. Een bed...”
(Maaike denkt: Duh. Wat lul ik nou?)
Meisje: “Ik weet het niet...”
Maaike: “Zeg, hoe zijn jullie hier, met de auto? Poeh, het is alweer halfnegen. We krijgen zo nog andere kijkers... Druk hoor...”
(Maaike denkt: zouden ze zien dat ik uit mijn nek lul? Overtuigend blijven kijken, overtuigend blijven kijken.)
Maaike: “Ja, ja... ’t loopt storm...”
Mevrouw: “Nou, dan moeten we maar eens gaan.”
Maaike (toch maar even die open deur intrappen): “Dus jullie nemen hem niet?”
Mevrouw: “We denken er toch nog maar even over na.”
Maaike: “Weet je wat, denk er nog even over na. Dat zeg ik altijd, als je iets niet zeker weet, moet je er nog even over nadenken. Okee, doei!”
(Maaike laat zich zakken op een stoel. En zet de televisie aan.)
Maaike: “Tssssss.... Ik vind je wel mooi hoor, huisje... We vinden nog wel een passende prins of prinses voor jou, kasteeltje van me. Niet onzeker worden van zo’n incidentje, Niet iedereen heeft dezelfde smaak. Kom, maken we er een gezellige avond van, Ik zet lekker de verwarming aan en dan kruipen we tegen elkaar aan. Overdrachtelijk dan, want jij bent een huis en jij kan helemaal niet kruipen. Maar je begrijpt wat ik bedoel. Jij bent lief en mooi, wat ze ook zeggen.”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten