"Pap, er zitten motten in de knuffel die je mij hebt gegeven. Die beer van toen je nog een kleuter was, weetjewel?"
"Motten?!"
"Ja, die vlindertjes, die stof opeten."
"Ik weet wel wat motten zijn."
"Oh, ik dacht..."
"Jij zou op die beer passen, Maaike. Dat heb je me beloofd."
"Nee, jij hebt hem bij me achtergelaten toen jullie verhuisten, en toen je heel hard wegreed riep je nog net door het raampje: 'Pas jij goed op die beer?'"
"Echt niet."
"Echt wel. En nou zit ik met dat stomme ding en hij zit vol met motten."
"Verdomme. Motten. Verdomme."
"En er zaten allemaal zwarte stipjes op. Eitjes, of poepjes van de motjes. Ik weet niet wat het zijn."
"..."
"Ik ben er met de stofzuiger overheen gegaan, en toen gingen de stipjes wel weg, maar ik nam ook een deel van de vacht mee. Per ongeluk."
"Je hebt wat?..."
"En toen zei mama dat je die beesten alleen kunt verdelgen met heel veel stank. En toen heeft zij er een bus deo op leeggespoten. En nou is-ie kaal, maar hij stinkt ook."
"..."
"Om die stipjes weg te krjgen."
"Eitjes."
"Ik denk zelf dat het poepjes waren."
"Eitjes."
"Eitjes zijn toch niet zwart, eitjes zijn wit. Toen de kat vlooien had, zagen de poepjes van de vlooien er ook zo uit."
"Motten poepen niet."
"Ze eten toch ook jouw beer op, dan moeten ze toch ook poepen?"
"Ik zeg je: motten poepen niet."
"Maar pap, alles wat eet moet toch ook poepen? Als het een mondje heeft, heeft het toch ook een poepgatje?"
"Het zijn eitjes."
"Mag ik hem teruggeven, die beer?"
"Nee, dan zit ik met motten."
"Toe nou?"
"Dan zit ik met een kale, stinkende beer vol motten en stipjes. En jij zou op hem passen. Nou, dat heb je mooi gedaan, mijn complimenten."
"..."
"Het is nota bene mijn jeeuuugd-beeeer."
"Ja pap, nou weten we het wel."
"Mijn lieve beer, die ik al had toen ik nog een kleine papa was."
"Zeg, wanneer gaan jullie weer weg?"
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
geinig, leuke schrijfstijl!
Een reactie posten