zondag 24 juni 2007
Katten moeten in de magnetron?
De bovenstaande kop doet vermoeden dat ik een hekel heb aan katten. Het tegenovergestelde is het geval. Wat zeg ik, ik héb twee katten. En ik houd zielsveel van deze pluizige, klagerige, typische, knorrende, eigenwijze dieren, Ik verwen ze, knuffel ze, ik heb ze lief. Maar soms, heel soms, zou ik ze allebei in de magnetron willen doen en hun kleine poezeschedeltjes horen ontploffen tegen het magnetrondeurtje, als een rottend ei. Twee doffe, kleine klapjes. Dacht ik dat hardop? Ze kunnen me echt het bloed onder de nagels vandaan halen. Vooral de oudste, Poema, een grijs vuilnisbak-rasje, schept er veel genoegen in om zelfs na honderd keer waarschuwenen, voor de honderd-en-éénste keer op ons aanrecht te springen en te likken aan onze to-do-afwas. Je kunt ook denken: doe dan wat eerder je afwas, maar dan zeg ik op mijn beurt: dat zijn mijn zaken. Hij dient er met zijn kleine kattetongetje vanaf te blijven, al laat ik die afwas staan tot het zelfstandig het aanrecht verlaat. Nog irritanter: mijn katten hebben een intern wekkertje, dat om half acht ‘s ochtends afgaat. Ook in het weekend. En dus sta ik elk weekend om twee over half acht met slaapogen en piekhaar ranzig voer in een bakje te prutten. Nog zo eentje: Pluizerd, onze witte stokdove benjamin, is nieuwsgierig. Erg nieuwsgierig. Als ik sta te douchen, komt madam er gezellig bij zitten. Nee, ze wil niet meedouchen, maar de deur moet wel openblijven anders schreeuwt ze moord en brand. Als ik naar het toilet ga, idem dito. Mejuffrouw springt, nog voor mijn broek op mijn knieeën hangt, op mijn schoot en begint een heel gesprek. Ik kom maar niet weg, want ze weigert ervan af te gaan. Ze is ook bijzonder nieuwsgierig naar de stofzuiger. Dat ze soms bijna in de pijp verdwijnt door de enorme zuigkracht, deert haar in het totaal niet. Ons wel. Regelmatig moeten we haar met een soort ‘plop’-geluid van het ding verwijderen. Dan is ze vacuum getrokken. Ze is ook nieuwsgierig naar vuur, getuige haar verschroeide snorharen na een al te intieme rendez-vous met onze kaarsen. Onze katten weten de vuilnisbak open te maken, ze gooien dingen om voor de kick, ze eten als je even niet oplet je hele bord leeg. Kortom, onze katten doen alles om ons te irriteren. Maar, het moet gezegd, ze hebben ze daarnaast ook hun eigen leven. Zo hebben ze een kattentelevisie, oftewel: ons raam. Vooral pluizerd mauwt tegen alles wat beweegt met een overtuiging alsof haar leven er vanaf hangt. Gezellig, maar soms horen we onze eigen televisie daardoor niet meer. Ook doen de poezenbeesten tikkertje in onze woonkamer, rennen over alles heen en laten ons vaak in het gedrang struikelen. Dan val ik bijna een tand door mijn lip omdat de kleine monstertjes net beurten hebben gewisseld en dus een draai van 180 graden maken. Okee, ze klinken nu als hellehonden, maar bedenk wel dat ik er net één van een belangrijk elektrisch snoer heb afgetrokken en de ander van de eetkamertafel heb geslagen. En dat allebei al voor de vierde keer in tien minuten. Eigenlijk zijn het soms verschrikkelijke dieren. Dus ze gaan naar het asiel? Neeeeee….Want ze zijn ook heel lief. Poema duimt. Hij steekt zijn duimpje in zijn bek en gaat dicht tegen je aanzitten. Dan hoor je het allerliefste soppende geluidje dat er bestaat. Als je in bed ligt, kruipt hij onder de dekens en valt tegen je aan in slaap. Pluizerd is een slettenbakje dat urenlang met je kan vrijdozen en altijd terugpraat als je haar iets vertelt. Bovendien volgt ze je waar je ook gaat, puur omdat ze dat gezellig vindt. Ik houd echt wel van ze en vind ze soms ontzettend vertederend. ‘s Nachts, bij nachtelijke toiletbezoeken, liggen de beestjes innig verstrengeld met hun pootjes om elkaar heen en een gelukzalige glimlach om hun kattenlipjes heerlijk te dromen. Daar kan ik uren naar kijken. Op dat soort momenten zou ik ze juist op willen vreten. De schatjes. Het zijn mijn verschrikkelijke schatjes.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten